De Maine coon

Geschiedenis van de Maine Coon

De Maine Coon is een uitstekende werkkat en een van de oudste rassen ter wereld. Het eerste deel van zijn naam zegt het al: hij komt uit de Amerikaanse staat Maine. Dit is een bergachtig en bosrijk gebied met veel meren en extreem koude winters.

De Maine Coon heeft een vacht voor elk weertype en is dus helemaal op het klimaat ingesteld. Bovendien staat hij bekend als een ervaren en behendig jager.

Het tweede deel van de naam is een verwijzing naar de staart, die vanwege de lengte en het pluimige uiterlijk doet denken aan de wasbeer (raccoon).

Net als de wasbeer is de Maine Coon een uitstekende klimmer. Volgens de legende wijzen de lynxachtige haarplukken op de oren op zijn afstamming van de Noord-Amerikaanse lynx. Geloofwaardiger is echter dat er wat van de Angora in het ras zit.

De inheemse katten kunnen zich hebben gekruist met de Angora’s die met de immigranten aan de oostkust landden. Ook wordt gezegd dat ze zich hebben gekruist met de katten die de Franse koningin Marie Antoinette naar Amerika stuurde, zodat ze aan de Franse Revolutie zouden ontsnappen.

Volgens een andere theorie zijn de tamme katten die in de 17e eeuw met de Pilgrim Fathers van Engeland naar Amerika reisden, de werkelijke voorouders van de Maine Coon en ontstond de lange vacht van het ras als bescherming tegen de strenge winters.

De Maine Coon is niet alleen een van de oudste rassen ter wereld, maar ook een van de grootste. Een Maine Coon kan ruim 9 kg wegen, terwijl andere katten gemiddeld tussen de 2,5 en de 5,5 kg wegen. Zijn geschiedenis evenaart die van de wat chiquere rassen.

De Maine Coon heeft nu een grote internationale aanhang. In de VS is hij na de Pers de populairste raskat. Dat is wel eens anders geweest.

De Maine Coon deed al heel vroeg mee aan kattententoonstellingen. Aan zijn populariteit kwam een eind toen de Pers en Siamees aan het begin van de 20e eeuw hun opwachting in de VS maakten. Pas in de jaren ’50 won de Maine Coon langzaam weer terrein en in 1976 werd hij als een echte kampioen binnengehaald. Nu is hij overal ter wereld te vinden.

Ondanks zijn grootte is de Maine Coon een gracieus dier met volle wangen en hoge jukbeenderen, een vierkante snuit en een brede kin. De neuslengte is licht gebogen. De ver uit elkaar staande, grote oren staan hoog op de kop. Het lichaam is lang en de enorme pluimstaart, die fier omhoog wordt gehouden, is een echte blikvanger. De poten en voeten zijn vrij fors.

Recentelijk zijn er in Engeland kittens met een krulvacht (‘rexen’) geboren uit zogenaamde volbloed Maine Coons.

Dit wijst erop dat er bewust of onbewust een rexkat op een stamboek Maine Coon is losgelaten. De variatie wordt door diverse Maine Coonrasclubs niet erkend en er wordt van alles aan gedaan om het gewraakte gen uit de genenpoel te vissen.

Het uiterlijk

De Maine Coon is een grote kat met een halflangharige vacht, een stevig skelet en een lange volle staart. Op latere leeftijd kan het ras vooral in de winter een imposante kraag rondom de kop en een langere beharing op de achterkant van de achterpoten (“broek”) ontwikkelen. Veel dieren bezitten ook de recessieve eigenschap voor oorpluimpjes, iets dat door liefhebbers gewaardeerd wordt. Dit maakt de Maine Coon tot een imposante verschijning. Maine Coons zijn seksueel actief vanaf een maand of zes maar zijn pas volledig lichamelijk uitgegroeid na ongeveer vier jaar. De kat weegt dan gemiddeld tussen de 5 en 9 kilo voor katers en 4 tot 6 kilo voor poezen.

Het Karakter

Ondanks het imposante voorkomen van de Maine Coon is het een rustige maar energieke kat met een goed sociaal besef naar andere huisdieren en mensen toe. Het humeur is over het algemeen vrij evenwichtig en stabiel, speels en tolerant. Het zijn aanhankelijke katten die niet goed als enige kat in een huishouden gehouden kunnen worden. De kat beschouwt zich als onderdeel van het gezin en is altijd van een kleine afstand betrokken bij wat er gebeurt in huis. Het zijn geen echte schootkatten en de meeste liggen liever naast of in de buurt van de eigenaar. Het stemgeluid is gematigd en ze zijn niet bijzonder vocaal.

Gezondheid:

Door zijn formaat is het ras mogelijk gevoeliger dan andere rassen voor het voorkomen van patellaluxatie en heupdysplasie. Verantwoorde fokkers laten dan ook hun fokdieren via onderzoek nakijken of respectievelijk de knieschijf een goede groef heeft en goed aangehecht is en de heupkom goed gevormd. Ook komt bij het ras een autosomaal dominante vorm van hartfalen voor, hypertrofische cardiomyopathie (HCM). Voor een tweede erfelijke afwijking, cystenieren (PKD) laat men een echografisch onderzoek verrichten. Fokkers laten dus hun dieren zowel op PKD en HCM testen bij een erkende veterinaire radioloog (Nederland) of veterinaire cardioloog (België). Al kunnen sommige testen ook al op een minder stressgevoelige manier getest worden door middel van DNA testen. De testen die via DNA kunnen, zijn PKD en HCM